Wijzigingen Overdrachtsbelasting

Verlaging algemeen woningtarief overdrachtsbelasting van 8% naar 7%
Het tarief van de overdrachtsbelasting voor zogenaamde niet-hoofdverblijfwoningen, zoals woningen die investeerders kopen voor de verhuur, wordt verlaagd van 8% naar 7%. Deze verlaging moet het investeringsklimaat op de huurmarkt verbeteren en het aanbod van huurwoningen stimuleren. De startersvrijstelling en de overige tarieven, zoals het verlaagde tarief van 2% voor hoofdverblijfwoningen, veranderen niet.
Nieuwe vrijstelling overdrachtsbelasting voor woningcorporaties
In de overdrachtsbelasting geldt onder voorwaarden een vrijstelling bij een taakoverdracht tussen twee algemeen nut beogende instellingen (ANBI). Woningcorporaties kunnen een ANBI zijn als zij aan de voorwaarden voldoen. Deze vrijstelling heeft een aantal voorwaarden, die het voor woningcorporaties lastig maken om huurwoningen aan elkaar over te dragen zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Zo geldt de vrijstelling niet bij de overdracht van losse onroerende zaken. Om die reden wordt een nieuwe vrijstelling voorgesteld voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties onderling. Het gaat daarbij alleen om onroerende zaken die woningcorporaties nodig hebben voor diensten van algemeen economisch belang. Andere onroerende zaken vallen niet onder de nieuwe vrijstelling. De vrijstelling voor taakoverdracht is niet langer van toepassing wanneer bij een taakoverdracht een koopsom wordt bedongen. Daarmee wordt voorkomen dat woningcorporaties in voorkomende gevallen een beroep op twee vrijstellingen kunnen doen.